De casus: jonge medewerkers
Begin februari ben ik 51 geworden. En ik merkte dit weekend, toen ik mij beklaagde over de huidige tieners en twintigers, dat ik ouder word. “Ze vragen zich de hele dag en bij elk ding af of ze er wel zin in hebben. Wat moet het bedrijfsleven nu met zulke figuren?” was mijn opmerking. De leukste job bestaat nog steeds voor minstens tachtig procent uit werk dat helemaal niet leuk is, maar dat je gewoon moet doen. Er te veel over nadenken helpt niet.
Binnen ons bedrijf werken meerdere twintigers. En ik moet eerlijk bekennen dat ze veel in hun mars hebben. Bovendien beschikken ze over het doorzettingsvermogen om echt goed te worden.
De kern van ons bedrijf is softwareontwikkeling. Van HR tot marketing, overal maken we gebruik van software. Het valt mij op dat jonge mensen op vlak van software niets hoeven uitgelegd te krijgen. Zelfs als ze de specifieke software nog niet kennen, begrijpen ze meteen hoe het werkt. Alsof ze geboren zijn met de logica van software. Wanneer ik op bladzijde drie van de handleiding zit, hebben zij het al voor elkaar. Soms denk ik dan ook dat jonge mensen in bepaalde functies al snel beter zijn dan ouderen met veel ervaring. Ervaring blijft natuurlijk belangrijk. Maar ik vraag me soms af of die ervaring nog altijd relevant is. Onthoud je niet vaak vooral de negatieve ervaringen, en wordt dat dan je “ervaring”? Dat werkt niet, hoor ik dan.
Normaal verloop van een carrière betekent dat je stap voor stap meer salaris, taken en verantwoordelijkheden krijgt. Maar de wereld verandert snel, zeker in IT. Misschien moeten we jonge talenten in sommige functies net sneller laten doorgroeien in verantwoordelijkheid en salaris. Hen ondersteunen in plaats van leiden. Gedienstig zijn aan wie de snelheid erin houdt. In veel IT-domeinen kun je beter meteen doen dan eerst lang nadenken en stuurgroepen oprichten. Gewoon een miniatuurversie maken, het effect bekijken, eruit leren en weer doorgaan.
Enkele jaren geleden las ik in een onderzoeksrapport over huisartsen wanneer ze op hun best zijn. Het bleek dat ze ongeveer een jaar na de start van hun carrière op hun hoogtepunt zitten, als je kijkt naar ervaring, vaardigheden, werktempo en kennis samen. Artsen komen natuurlijk pas op de arbeidsmarkt na jaren stage. Maar stel dat het onderzoeksteam er vijf jaar naast zit, dan nog zijn huisartsen gemiddeld rond hun dertigste op hun best. Dan geldt dat toch zeker ook voor bepaalde functies in het bedrijfsleven?
Dit jaar ben ik begonnen met het overdragen van de virtuele voorzittershamer van de marketingafdeling aan een 26-jarige collega. Ze is het jongste lid van ons marketingteam, maar haar kwaliteiten zijn voor iedereen zichtbaar. De doelstellingen zijn duidelijk en we zullen het marketingteam de komende tijd verder uitbreiden. Hoe mooi en leerzaam is het dat een groep jonge mensen ons bedrijf mag helpen vormgeven en onze diensten in de markt mag zetten?
De eerste marketingactiviteiten van het jaar zijn inmiddels achter de rug. We hebben oud-marinier Sander Aarts een inspirerend verhaal laten vertellen over ondernemerschap in een webinar voor onze klanten. Daarover was ik aanvankelijk sceptisch, na onze militaire missies in Uruzgan, Mali en Srebrenica. Ook een populair en tegelijk beladen woord als “boosteren” gebruiken in de aankondiging van het webinar zou ik zelf nooit hebben gedaan. Toch kunnen we van iedereen iets leren. We hadden 135 deelnemers en de reacties waren erg positief. Wat mij is bijgebleven, is dat je in stressvolle situaties je lichaam de ruimte moet geven om zich te uiten. Alleen dat al verlaagt je stressniveau en verbetert je analytisch vermogen. Dat ga ik proberen als het me nog eens overkomt. Verdorie, 51.